|
 De vrijmetselarij beoogt een leerschool te zijn voor hen die willen werken aan hun eigen geestelijke ontwikkeling en die daarbij niet gebonden wensen te zijn aan dogma’s, of zich laten sturen door de denkbeelden van een “leider”.
Daartoe werkt de vrijmetselarij met inwijdingen, symbolen en ritualen Het uitgangspunt dat daarbij geldt is vastgelegd in de zogenoemde ‘beginselverklaring’:
De vrijmetselaar zoekt op wat mensen verbindt en tracht weg te nemen wat hen verdeelt, opdat het ideaal van een allen verbindende broederschap gestalte kan krijgen.
Daarbij aanvaardt hij een persoonlijke verantwoordelijkheid ten opzichte van de wereld, die hij ziet als een te voltooien bouwwerk waarvan ieder mens een levende bouwsteen is. Hij verricht die arbeid in het licht van een hoog beginsel, symbolisch aangeduid als "Opperbouwmeester des Heelals".
De vrijmetselaar erkent de hoge waarde van de menselijke persoonlijkheid, de gelijkwaardigheid van alle mensen, ieders recht om zelfstandig te zoeken naar waarheid en ieders verantwoordelijkheid voor zijn doen en laten.
In deze werkwijze met symbolen en ritualen ligt het grote vrijheidsbeginsel van de vrijmetselarij verankerd, een beginsel dat in de geschiedenis der mensheid een belangrijke rol heeft gespeeld. Het gebruik van symbolen en ritualen is bij uitstek geschikt om vrij van dwang of dogma aan de eigen vrije geestelijke ontwikkeling te werken en aan de verbetering van en aan de eigen fouten en tekortkomingen in plaats van aan die van de medemens, wat tot de huidige dag nog als de meest gangbare levenshouding geldt en die de bron vormt van alle intolerantie.
Vanwege deze uitgangspunten deze werkwijze worden vrijmetselaren ook wel als “vrijdenkers” worden aangeduid.
|